Dutch Distortion

Interviews

Interview Patrick Mameli (Pestilence) – 13/04/2011

“Ze noemen mij ook wel de Derek Ogilvie van de death metal.” – Patrick Mameli

Woensdagavond rond 21:00 uur had ik een interview met Pestilence frontman Patrick Mameli over de release van hun nieuwe album Doctrine (2011). Na hem gefeliciteerd te hebben met het nieuwe album en een succes wens met de release van Dutch Distortion in ontvangst te nemen ging het interview van start.

Ik denk dat alle death metal fans uit de jaren ‘80 en ‘90 wel van jullie gehoord hebben. Hoe voelt dit?

“Om na al die jaren weer terug te zijn bedoel je?”

Nou, überhaupt om zoveel bereikt te hebben!

“We hebben dit al een hele tijd gedaan en op een gegeven moment heb je een stop van bijna twintig jaar. Dan is het natuurlijk aan de fans of ze het weer opnieuw oppikken. Gelukkig hebben zij  het weer opgepikt, en wij hebben het gevoel dat we nooit zijn weggeweest. Dat is wel heel fijn. Als je na twintig jaar lang geen muziek gemaakt te hebben weer terug komt bestaat er een groot risico, zowel voor ons al voor de platenmaatschappij. Als we er te weinig tijd en geld in hadden gestoken kon het zijn verstoft, en dan is de ontgoocheling best groot. Met Ressurection Macabre (2009) is onze comeback  echt heel goed gelukt. We hebben nu een andere line-up; anders dan de fans van ons gewend waren.  Line-ups zijn altijd een beetje moeilijk. Mensen zien toch graag de originele bezetting tot in den treuren doorgaan, maar vaak is dat moeilijk staande te houden.”

Ja! Over een nieuwe line-up gesproken – hoe bevalt jullie nieuwe drummer?

“Yuma bevalt heel erg goed, mede omdat hij qua persoonlijkheid heel erg goed  bij ons past. Daarnaast zit hij in zijn jonge levensjaren; hij is pas 23 maar heeft hij in de voorafgaande jaren best veel muzikale vaardigheden opgedaan. Hij heeft zijn eigen studio, hij doet zijn eigen producties, hij luistert naar de juiste muziek, de juiste drummers, en de juiste muzikanten. Het was voor ons een pluspunt dat we allemaal dezelfde muzikale taal spreken. Ik had dat echt niet verwacht omdat hij met zijn 23 jaar de jongste is. Het heeft ons best wel wat jaren gekost om op dit niveau te komen, maar Yuma heeft wat sprongen overgeslagen en hij zit nu op een niveau wat heel goed bij ons past.  Hij heeft als jongere bepaalde dingen die erg aanstekelijk werken op de band. Hij zorgt ervoor dat wij op ons best zijn en wij trekken ons een beetje aan hem op, aan die wilskracht zegmaar.”

Hoe ging dat eigenlijk op de auditie? Want waarschijnlijk dachten jullie wel “23, dat is best jong, een jong pikkie, wat komt hij hier doen?”

-lacht- “Ik had hem al eerder zien spelen, hij was de drummer van ons voorprogramma in de tijd van onze Ressurection Macabre tour. Hij speelde in The New Domionion als drummer, en viel gelijk op door zijn drumstijl en techniek. Ik vroeg me af hoe hij in de Pestilence setting zou passen en hoe hij dat dan ten uitvoer zou brengen. In de studio en uit de videoauditie bleek dat hij de juiste man was voor Pestilence en we hopen ook na deze cd in deze samenstelling door te kunnen gaan. Ik heb in het verleden wel eens gezegd: ‘nooit in de toekomst kijken wat er allemaal gebeurt,’ maar ik ben nu heel erg tevreden met deze makker. Het is niet meer een internationale line-up, je laat niet langer mensen overvliegen, en je hebt meer het gevoel dat je een band hebt. Dat gevoel vind ik toch wel heel erg belangrijk.

Eerder was het zo dat we de mensen invlogen, maar dan was je niet eens gelijktijdig in de studio. Het begon met de drummer, Peter Waldoer. Hij kwam over uit Zweden, en na drie dagen in de studio had hij zijn ding gedaan en ging hij weer weg. Daarna kwam de bassist. Het was echt een komen en gaan van muzikanten. Helaas was het niet zo dat we met z’n allen in één ruimte muziek aan het maken waren.”

Dat is wel erg jammer.

“Inderdaad! Maar we komen nu allemaal uit Nederland, dus even repeteren of een keer een pilsje pakken is veel makkelijker.”

Wat voor extra invloeden geeft Yuma aan Pestilence?

“Zoals ik al zij luistert hij naar dezelfde muziek en invloeden die  wij ook goed vinden, en alle dingen die wij belangrijk vinden voor Pestilence neemt hij met zich mee. Hij heeft af en toe meer fusion invloeden maar beheerst ook de echte blastbeats, hardcore stukken, thrash- of deathmetal patronen… Hij heeft het allemaal in huis. Het is niet zo moeilijk om dingen uit te leggen als je allemaal dezelfde taal spreekt.”

Wat zijn de ontwikkelingen die je bij jezelf hebt gemerkt sinds jullie comeback?

“Wat mij echt opvalt is dat we voorheen – toen wij wat jonger waren – probeerden gecompliceerde muziek te maken. Het was eerder een manier om te laten zien van ’kijk eens  hoe goed wij onze instrumenten beheersen,’ maar het gaat nu meer om het totaalplaatje. Het gaat er niet meer om ingewikkelde patronen of riffs in een nummer te plaatsen, het gaat meer om de feeling; of iets organisch klinkt en of iets echt goed is. Dat is het grootste verschil. We zijn gestopt met onszelf vergelijken met andere bands en we zijn gaan kijken naar hoe goed we zelf eigenlijk zijn.”

En als je dan kijkt naar Ressurection Macabre en Doctrine, wat voor verschil zou daar dan in zitten?

“Het grootste verschil is dat dit album niet zo klinisch is geworden. We hebben van tevoren echt dingen doorgenomen en het bandgevoel is meer aanwezig. Met Ressurection Macabre zaten we met een internationaal gezelschap dat bij elkaar komt om een cd op te nemen, niet wetende wat de ander precies zou gaan spelen. Bij Doctrine wisten we gewoon van ‘oké; dit staat ons te wachten, dit zijn de tools die we gaan gebruiken, en dit zijn de stukken die we op gaan nemen.’  Natuurlijk is het ook wel belangrijk dat we een stukje enthousiasme en ‘wow factor’ houden door niet elk stukje van tevoren in te studeren. We staan nu ook minder op ’safe’ en kunnen hierdoor meer experimenteren en teruggrijpen naar ouder materiaal, met een knipoog. We proberen ook de fans te stimuleren om deze schrijf te kopen. Pestilence is een band die grote stappen vooruit neemt en niet snel achterom kijkt. Elke plaat van ons is heel erg anders, maar nu bij Doctrine is het wel zo dat we het beste van alle platen samen hebben gevoegd. Op Ressurection Macabre speelden we juist wel weer op safe omdat dat onze comeback plaat was. Wat dat betreft sprankelt Doctrine meer, als plaat.“

Je zegt dus dat je experimenteel bezig bent geweest op deze plaat en het ‘wow effect’ te hebben gezocht. Is dit ook de reden dat jullie die acht-snarige gitaren hebben gebruikt?

“Er zijn meerdere redenen voor, een daarvan is als je muzikant al heel lang op een instrument speelt je daar vrij snel op uitgekeken raakt. Je kan het vergelijken met een relatie; na drie / vier jaar beëindig je die omdat je op elkaar bent uitgekeken. We hadden zoiets van, ‘we willen onze grenzen verleggen en nieuwe velden betreden, hoe kunnen we dat doen?’ Toen bedachten we dat er maar weinig bands zijn die gebruik maken van de eight-string. Je komt snel uit bij een Fear Factory, Meshuggah, of Divine Heresy, en dan zijn er nog maar een paar andere bands. Deze eight strings bieden ons gewoon veel meer mogelijkheden en dat maakt het voor ons ook weer interessanter. Het zorgt ervoor dat we veel lager kunnen in onze sound. Dat resulteert er ook in dat ik mijn zang heb moeten aanpassen; ik ben wat meer in de hogere regionen gaan zitten, zodat we niet in elkaars vaarwater komen. Als je alles heel erg laag hebt verlies je gewoon toon en dynamiek, dus we hebben er echt voor gekozen om de zang omhoog te halen en toch te proberen om de deathgrunt erin terug te laten komen. Het klinkt nu meer als John Tardy van Obituary.”

Oké, maar naar mijn idee zijn de gitaarsolo’s ook scheller afgemixt als je het vergelijkt met de vocalen en de drumpartijen. Is dit expres gedaan?

“Als je hele lage riffs speelt waarbij je veel gebruik maakt van de E, F, E en F# snaren, en daar ook de solo’s op speelt, dan vallen die solo’s gewoon veel meer op. Het contrast tussen hoog en laag is veel groter. Als je een riff speelt in een standaard tuning, valt het wat minder op. Nu vallen de solo’s meer op omdat de riffs gewoon wat lager zijn. Daarom heb je het idee dat het wat scheller is.

Waar we ook aan gewerkt hebben is de soleer stijl. We hebben deze meer uitgewerkt omdat we allemaal grote fans zijn van Allan Holdsworth en dat is ook de enige invloed die ik echt naar voren wil halen. Eigenlijk luisteren we maar heel naar metal. Dat heeft maar één reden. Het is voor ons essentieel, omdat wij dan niet zo klinken als elke andere willekeurige death metalband die je interessant vindt en leuk vindt om naar te luisteren. Zo ben ik zelf bijvoorbeeld een ontzettende fan van Morbid Angel. Ik moet er erg voor uitkijken dat mijn gitaar-riffs niet onderbewust zo’n vergelijkbare toon krijgen dat men zegt, ‘dat lijkt wel heel erg op Morbid Angel.’ Dat proberen we bewust te vermijden, dus we luisteren weinig naar metal. Het houdt ons scherp in onze eigen stijl.”

Dus dan komt de inspiratie voornamelijk uit jezelf.

“Dat zie je heel erg goed, maar dat is ook heel erg moeilijk. Dat is ook de reden waarom we voor de eight-string hebben gekozen; om jezelf constant opnieuw te ontdekken. Zo put je continu uit je eigen bron. Als je altijd dezelfde tools gebruikt wordt je op een gegeven moment een kopie van jezelf. Dan ga je bijvoorbeeld als een band als Obituary klinken. Die hebben op elke plaat dezelfde sound en zetten veel nummers in een ander jasje. Wij proberen elke keer een nieuwe sound te ontdekken en nieuwe facetten en aspecten te gebruiken om het voor onszelf en de fans leuker te maken. Het is erg makkelijk om jezelf te kopiëren. Als je een riff hebt gemaakt en je deze omdraait lijkt het net alsof je een nieuwe hebt gemaakt, maar dat is dus eigenlijk niet zo.  Dat is een veel voorkomend truckje, en een beetje muzikant haalt dat er wel uit.”

Hoe gaat dat nou eigenlijk in zijn werk, dat inspiratie in jezelf zoeken?

“Dat is heel moeilijk uit te leggen. Het is hetzelfde als de vraag, ‘Hoe ontstaat een schilderij?’ De een gaat er over nadenken, en de ander gaat gewoon pielen en gaandeweg komt er wat uit. Voor mij is het anders. Ik ben absoluut niet met muziek bezig op zo’n moment en soms komt er gewoon iets in mij opborrelen. Dat kan een zanglijn zijn, of een zin, en als ik die dan hardop uitspreek zit er eigenlijk al een riff en een beat in, waar ik op voor kan borduren. Het is de bron waar alle muzikanten uit putten, maar waar het nou vandaan komt is voor mij een mysterie. Er ontstaat gewoon ‘iets’ uit ‘iets’. Schrijf je zelf?”

Ja, ik schrijf zelf.

-vanaf hier dwaalt het interview een beetje af naar muzikantenpraat, plagiaat en het schrijven van muziek –

“Wij hebben het geluk dat wij al sinds de jaren 80 bestaan. Dan ben je nog redelijk nieuw. Dan ontwikkel je een stijl en die stijl is van jou. Als iemand jouw stijl dan gaat kopiëren of gebruiken, dan herkennen mensen het.”

Ik zeg zelf altijd; Alle beste metal komt uit de jaren 80/90. Het beste is al gemaakt en er komt niet echt meer iets vernieuwends. Wat denk jij hierover?

“Ja, alles is al gedaan. Vanaf de 16e en 17e eeuw al! Die klassieke stukken bijvoorbeeld, Wibi Suryadi of Jan Veen spelen allemaal heel goed piano, maar spelen wel iets wat al is geweest en geschreven. Hetzelfde geld voor popmuziek, disco en ga zo maar door. Maar je ziet wel dat als je het vanuit een andere vorm kiest of uit een andere hoek schrijft en bekijkt dat er wel nieuw leven in wordt geblazen. Dat doen wij ook met Pestilence. We ontwikkelen onszelf. Je weet wel dat het Pestilence is, maar met een nieuwe en verfrissende aanpak. Datzelfde merk je in rare muziekcombo’s zoals dance en hiphop. Vroeger waren dance en hiphop hele pure stijlen, maar nu kan het zomaar gebeuren dat Tiësto samen met iemand een hitje maakt. Dat zijn allemaal van die hybrids. Wij proberen Pestilence zo puur mogelijk te houden.”

Laten we nu weer even een ander straatje inslaan en het beest in jullie ontdekken. Ik hoorde dat jullie op de metalcruise 70.000 Tons of Metal gaan?

“Ja, dat is een opzet geweest van onze manager! Hij heeft contact gelegd en het gaat gewoon gebeuren, het wordt een hele ervaring ondanks dat Pestilence al heel wat heeft gedaan. We zijn echt op zoek naar vernieuwende dingen die interessant zijn en die we nog niet hebben gedaan. Het lijkt mij echt een waanzinnige ervaring. We betreden op deze manier letterlijk andere wateren. Het is gewoon een waanzinnig iets om op een boot, op zee, met 2.000 metalfans samen van het weer en de muziek te genieten. Dit keer is het van Miami naar Mexico, wanneer kom je daar nou?”

Jullie gaan de volle vier/vijf dagen?

“Ja. We spelen elke dag een show, dus we zitten echt de volle vier/vijf dagen op zee.”

Zijn jullie een beetje feestbeesten?

“Dat zijn wij wel geweest, en ik sta er om bekend dat ik er wel een paar lust. Als je dat onder feestbeest verstaat dan zeg ik ja! Ik ben ook al een paar jaartjes ouder maar feesten heb ik zeker wel gedaan ja. Dat doorgaan tot laat in de nacht… In mijn jonge death metal goden leven heb ik genoeg dingen meegemaakt en na een tijdje is dat niet meer zo heel belangrijk om door te trekken. Het is nu ook veel belangrijker om gewoon een goede show neer te zetten. We hebben Yuma natuurlijk ook nog in ons midden en die houdt nog wel van doorhalen, dus hij trekt ons soms een beetje mee. Ik hou m’n hart vast.”

Ik zal alle wilde verhalen vast op internet lezen!

“Ik ben bang van wel ja!”

Wat is het leukste wat je is overkomen tijdens een toer?

“Ik kan niet echt één ding noemen, het was allemaal heel erg leuk, maar wat ik altijd erg leuk vind is mensen uit andere landen te ontmoeten en een gesprek met ze aan te gaan. Ze zijn soms zo blij dat ze een gesprek met je kunnen hebben. Dat is bijna overal hetzelfde. In Moskou, Rusland hebben wij het een keer andersom gedaan. Toen zijn wij met de fans op de foto geweest. We gingen gewoon mensen vragen om met ons op de foto te gaan. Dat levert wel hele leuke momenten op. Maar elke keer is het een overtreffende trap. Ik kijk ook echt uit naar 70.000 Tons of Metal, omdat het nieuw is. Hopelijk kunnen we wat zonnestralen pakken en nieuwe mensen ontmoeten om te horen wat hun verhaal is.”

Ik geloof dat ik inmiddels wel weer door mijn vragen heen ben.

“Ja, dat krijg je als je iemand interviewt die zoveel praat als ik!”

Ik moet zeggen dat je in de eerste vijf minuten al vier van mijn vragen had beantwoord!

“Ja, zo ben ik! Ze noemen mij ook wel de Derek Ogilvie van de death metal. Ik raus door de vragen heen; dan blijft er erg weinig over. Ik zit het liefst blank in een gesprek met iemand, dat hij/zij geen vragen heeft. Gaandeweg komen daar veel leukere en meer verrassende antwoorden uit dan uit de tien van te voren opgestelde vragen. Nogmaals erg veel succes met je website!”

Dankjewel.  Jij bedankt voor het interview.

“Jij ook bedankt!”


Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Geef een reactie